DIEETADVIES BIJ EEN LAPBAND (Maagband)

INLEIDING

Onderstaande richtlijnen zijn bedoeld om u duidelijk te maken hoe u uw voeding dient te veranderen nadat er operatief een lapband is aangebracht. Het is belangrijk uw eetpatroon te veranderen om:
* gewichtsverlies te bereiken en te behouden;
* ongewenst uitrekken van de maag te voorkomen;
* afsluiten van de maagingang te voorkomen;
* pijn en braken te voorkomen;
* tekorten in de voeding te voorkomen.

Veel voorkomende klachten bij een lapband zullen worden besproken. Ook wordt aangegeven wat u kunt doen om deze klachten te voorkomen, te beperken of te verhelpen.

Het dieetadvies na een maagverkleining is een energiebeperkt (caloriebeperkt) dieet. De basis van dit advies is een gezonde voeding. Variatie in de voeding is van groot belang.
Door de operatie kunt u slechts kleine hoeveelheden eten. Bij deze hoeveelheden kan de voeding niet alle benodigde voedingsstoffen leveren die u dagelijks nodig heeft. Het gebruik van een multivitamine-mineralenpreparaat is dan ook noodzakelijk. Hierover leest u later meer.
Een niet goed samengestelde voeding kan ook onvoldoende eiwit, voedingsvezel en linolzuur leveren. Eventuele voedingstekorten kunnen leiden tot een verminderde weerstand, slechte wondgenezing, haaruitval en vermoeidheid. In deze richtlijnen kunt u lezen hoe u de voeding zo optimaal mogelijk kunt samenstellen.

Het gewichtsverlies na de operatie verschilt van persoon tot persoon.
Dit is onder andere afhankelijk van:
• de voedingsgewoonten voor de operatie
• het uitgangsgewicht,
• het voedingspatroon na de operatie
• de hoeveelheid lichaamsbeweging.
NB. Wees voorbereid op een periode waarin het gewichtsverlies tijdelijk stagneert.

Om het door u bereikte gewichtsverlies te behouden, is het verstandig om met behulp van deze richtlijnen te blijven letten op uw eetgewoonten en te zorgen voor voldoende lichaamsbeweging.


ALGEMENE RICHTLIJNEN
Deze richtlijnen zorgen ervoor dat u minder kans hebt op pijn en braken na een maaltijd, ongewenst uitrekken van de maag, afsluiting van de maagingang en wel zorgen voor voldoende afvallen.

1. Eet en drink rustig. Neem voldoende tijd om te eten ook al kan u maar weinig eten. Zorg ervoor dat eten wel leuk blijft en maak de tafel voor u en eventuele andere huisgenoten wel gezellig. Vermijd spanningen en vervelende discussies aan tafel.
2. Gebruik zeer kleine hapjes (bijvoorbeeld uw snee brood in 16 stukjes!) en kauw uw eten goed.

3. Stop met eten of drinken zodra u een vol gevoel krijgt.

4. Een te veel aan voedsel of te snel eten kan er voor zorgen dat u gaat braken. Bovendien kan het te veel aan voedsel na verloop van tijd de maag uitrekken. Aanwijzingen voor een te volle maag kunnen zijn: pijnlijk gevoel achter het borstbeen, oprispingen, misselijkheid en neiging tot braken.

5. Drink tenminste 1,5 liter per dag, bij voorkeur vóór de maaltijd of tussendoor.

6. Gebruik kleine porties, goed verdeeld over de dag, bijvoorbeeld 3 hoofd- en 3 tussenmaaltijden.

7. Gebruik zo weinig mogelijk voedingsmiddelen die veel calorieën bevatten, dit zijn voornamelijk de producten waarin veel vet zit (bijvoorbeeld snacks, gefrituurde gerechten, gebak, chocolade), producten die veel suiker bevatten (bijvoorbeeld koekjes, snoep, gebak, frisdranken, kant en klare toetjes) en alcohol.

8. Gebruik dagelijks een multivitamine-mineralenpreparaat.

9. Zorg (indien mogelijk) dagelijks voor een half uur lichaamsbeweging. Afvallen en behouden van gewichtsverlies heeft een beter resultaat in combinatie met voldoende lichaamsbeweging. Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan wandelen, fietsen, tuinieren en zwemmen. Daarnaast kunt u meer lichaamsbeweging in het dagpatroon inbouwen, zoals bijvoorbeeld de trap nemen in plaats van de lift, lopend of met de fiets de boodschappen doen.

 

DE EERSTE WEKEN NA DE LAPBAND-OPERATIE:


1e dag na de operatie:
Voorzichtig kleine slokjes water nemen verdeeld over de dag.

2e dag na de operatie:
Vrij drinken, bijvoorbeeld water, mineraalwater (zonder koolzuur), thee zonder suiker, bouillon, suikervrije limonadesiroop (bijvoorbeeld Diaran of Slimpie). Heel rustig kleine slokjes nemen en niet in een keer een glas leeg drinken. Probeer goed te voelen hoe het voelt in uw maag.

3e tot 14e dag na de operatie:
Vloeibare voeding, bijvoorbeeld magere yoghurt zonder suiker, glas halfvolle of magere melk, karnemelk, halfvolle chocolademelk zonder toevoeging van suiker, magere kwark, ontvette bouillon of niet te vette soep.
Begin met een paar hapjes en probeer daarna goed te voelen of u al een vol gevoel hebt. Is dat zo dan stoppen met eten en 2 uur later weer een paar hapjes nemen. Verdeel de voeding goed over de dag en neem niet meer dan 6 glazen of schaaltjes van de vloeibare producten op een dag.

14e dag tot en met 3 weken na de operatie:
Breidt de voeding heel langzaam uit met vastere voedingsmiddelen, bijvoorbeeld
• ontbijt: een cracker of volkorenbeschuit met mager beleg
• tussendoor: glas halfvolle melk of karnemelk
• 2e broodmaaltijd: een cracker of volkorenbeschuit met mager beleg
• tussendoor: glas ongezoet vruchtensap
• warme maaltijd: heel klein bordje met 1 eetlepel goed gaar gekookte groente (geen koolsoorten, prei,ui), 1 eetlepel aardappelen of zilvervliesrijst en heel klein stukje zacht mager vlees, magere vis of kip zonder vel
• tussendoor: schaaltje magere yoghurt
Blijf goed bedenken dat u heel langzaam moet eten en goed kauwen en niet meer moet gaan eten als u vol zit.
Bouw na 3 weken de voeding uit tot onderstaand voorbeeld van een dagmenu.

 

VOORBEELD VAN EEN DAGMENU


ontbijt 1 kopje thee of koffie eventueel met halfvolle koffiemelk en zoetstof
1 sneetje bruinbrood
dun besmeerd met dieethalvarine
beleg: 30+ kaas of magere vleeswaren

's ochtends 1 kopje thee of koffie eventueel met halfvolle koffiemelk en zoetstof
1 glas van de toegestane dranken
1 portie fruit

broodmaaltijd 1 glas halfvolle melk, karnemelk of magere yoghurt
1 sneetje bruinbrood
dun besmeerd met dieethalvarine
beleg: 30+ kaas of magere vleeswaren

's middags 1 glas halfvolle melk, karnemelk of magere yoghurt
1 kopje thee of koffie eventueel met halfvolle koffiemelk en zoetstof
1 glas van de toegestane dranken
1 portie fruit

warme maaltijd 1 klein stukje mager vlees
1 juslepel ontvette jus
1 kleine aardappel
2 groentelepels gekookte groenten

's avonds 1 glas halfvolle melk, karnemelk of magere yoghurt
1 kopje thee of koffie eventueel met halfvolle koffiemelk en zoetstof
1 glas van de toegestane dranken


Dit dagmenu levert: ± 800 kcal/3400 kJ
± 55 gram eiwit
± 25 gram vet
± 90 gram koolhydraten
± 15 gram voedingsvezel


N.B. 1 broodbelegging = ± 20 gram
1 glas of schaaltje = ± 150 gram

1,5 dl = 150 ml= 150 cc = 150 gram

 

Multivitaminepreparaat
De voeding zoals die hierboven is beschreven levert niet voldoende van alle vitamines en mineralen die u dagelijks nodig heeft. Het is dan ook noodzakelijk een multivitamine-mineralenpreparaat te gebruiken. U kunt dit preparaat kopen bij de drogist of apotheek. De multivitamine-mineralenpreparaten worden niet vergoed door de ziektekostenverzekering.
Een geschikt preparaat is Dagravit totaal 30. U kunt volstaan met 1 tablet per dag. Laat het vitamine-mineralenpreparaat niet zomaar weg wanneer u problemen heeft met het innemen van pillen, maar neem contact op met uw diëtist.

BROODMAALTIJD

Brood
Neem bij voorkeur 'donkere' broodsoorten, zoals bruin-, volkoren- en roggebrood. Deze soorten geven eerder een verzadigd gevoel. Bovendien leveren ze meer vitamines en mineralen en zijn ze beter voor de darmwerking (een regelmatige stoelgang). Brood is onder andere een belangrijke bron van jodium, daar bakkers in Nederland verplicht zijn het brood te bakken met jodiumhoudend zout. Bij sommige mensen geeft brood klachten omdat het soms na kauwen een “bal” die niet door de nauwe maagingang kan. Probeer dan om brood van een paar dagen oud te ten of u brood te roosteren.
1 sneetje brood kan vervangen worden door:
 2 (volkoren)beschuiten
 2 sneetjes (bruin- of volkoren)knäckebröd
 1 sneetje roggebrood
 1 sanovite
 3 rijstwafels
 3 cracottes
 1 sneetje krenten- of rozijnenbrood zonder spijs
 1 schaaltje pap van halfvolle melk zonder suiker
 1 sneetje zelf geroosterd brood


Boter
Besmeer het brood heel dun met dieethalvarine (halvarineproduct) met meer dan 40-60% meervoudig onverzadigde vetzuren (linolzuur). Linolzuur is een belangrijk vetzuur dat niet in het lichaam kan worden gemaakt, maar die u via de voeding dient te op te nemen. Voorbeelden van dieethalvarine zijn Dieethalvarine van Albert Heyn of de Super, Becel light of Wajang light.

Beleg
Het is verstandig minstens één snee brood met kaas, vleeswaren of vis te beleggen. Kies bij voorkeur magere soorten beleg en beleg het brood dun. Mager beleg is bijvoorbeeld:
Kaas 30+ kaas, bijvoorbeeld: Westlite 30+, Linera 30+, Tessa 30+, Milner 30+, Cantenaar, Uniekaas light
20+ kaas, bijvoorbeeld: Tessa 20+, Leidse 20+,
Uniekaas 20+
overige soorten: 20+ of 30+ smeerkaas, cottage cheese, magere kwark, Zwitserse strooikaas
buitenlandse soorten: Camembert 30+, Paturain linesse, Saint Moret light.

Vleeswaren achterham, fricandeau, kip- en kalkoenrollade, kip- en kalkoenfilet, lever zonder spek, magere rollade, rookvlees, rosbief, schouderham.

Vis tonijn naturel, stukjes gekookte magere vis (zie warme maaltijd), garnalen, mosselen en andere schaal- en schelpdieren, hom en kuit.

Overig pindakaas, sandwichspread, (halva)jam, honing, (appel)stroop, chocoladepasta, hagelslag,
komkommer, tomaat, reepjes paprika, ster- of tuinkers, radijs, rammenas, rettich, geraspte wortel, appel, banaan, aardbeien.

WARME MAALTIJD

Als u zout gebruikt bij de bereiding van de warme maaltijd, neem dan bij voorkeur jodiumhoudend keukenzout (Jozo-zout)

Voorgerecht
Gebruik geen voorgerecht. De maaltijd wordt dan te groot.

Vlees of vervanging
Gebruik bij voorkeur mager vlees, vis, kip of vleesvervanging.
Het is aanbevolen eenmaal per week vis te eten.
75 gram (rauw gewogen) vlees of vervanging per dag is genoeg. U kunt het vlees het beste goed fijn snijden voor u het gaat eten. Vlees is een belangrijke leverancier van eiwit en ijzer.

Magere soorten zijn bijvoorbeeld:
Vlees mager rundvlees zoals biefstuk, bieflappen, rosbief, tartaar;
mager varkensvlees zoals magere hamlappen, filetlappen, haaskarbonade, varkenshaas, -fricandeau, -oester, ongepaneerde schnitzel;
mager kalfs-, lams- of paardenvlees;
Kip zonder vel, kipfilet, kippenlever, kalkoen;
Wild mager wild zoals haas, konijn en ree;
Vis alle soorten vis, schaal- en schelpdieren;


Paneer het vlees niet en haal het niet door de bloem, het vlees neemt dan tijdens de bereiding veel vet op. Hetzelfde geldt voor de bereiding van vis, kip en schaal- en schelpdieren.

Bereidingswijzen die erg weinig vet vragen zijn:
. bakken in een pan met anti-aanbaklaag
. grillen
. verpakken in aluminiumfolie
. bereiden in de römertopf
. bereiden in een braadzak.

Vlees wordt soms slecht verdragen, probeer dan eens een omelet van 1 ei, vis, kipfilet, Quorn (dit is een vegetarische vleesvervanging), rul gebakken mager rundergehakt of tartaar.
Wanneer ook dit niet lukt, neem dan contact op met de diëtist.

Jus
Gebruik bij de bereiding van de warme maaltijd 1 afgestreken eetlepel (10 gram) dieet bak- en braadproduct of vloeibaar bak- en braadproduct met minder dan 20 gram verzadigd vet per 100 gram zoals bijvoorbeeld van Becel, Wajang (mediterrane), Remia (vloeibaar), Blue Band (vloeibaar), Croma (vloeibaar). Hiervan kunt u ook jus maken. Vetarme jus kunt u maken door veel water aan het bakvet toe te voegen. U kunt de jus bijbinden met wat aangelengde bloem, maizena of juspoeder.
U kunt bij het bereiden van de warme maaltijd ook gebruik maken van plantaardige olie, bijvoorbeeld zonnebloemolie of olijfolie.
Wanneer u bij het bereiden van vlees of vis geen vet heeft gebruikt, zoals bij grillen of bereiden in een braadzak, kunt u dit vet gebruiken om groente te roerbakken of een aardappel te bakken.


Groente
Gebruik minimaal twee groentelepels groenten (± 100 gram) per dag. U kunt alle soorten groente gebruiken. Gekookte groenten zijn altijd zachter dan rauwe groenten. Zorg voor voldoende afwisseling. Maak de groente niet af met boter of margarine. Het is geen bezwaar om de groente bij te binden met maïzena of bloem. Gebruik geen sauzen op basis van boter, room of zure room bij de groenten. Als u merkt dat u weer meer kunt eten bij de warme maaltijd, breidt dan de hoeveelheid groente uit.

 


Aardappelen of vervanging
In plaats van 1 kleine gekookte aardappel kunt u ook ongeveer een halve opscheplepel (zilvervlies)rijst, (volkoren)macaroni of iets dergelijks gebruiken.
Gebruik bij uitzondering een zelfde kleine portie gebakken aardappelen, ovenfrites en andere met vet bereide aardappelgerechten.

Aardappelpuree kunt u, in plaats van met boter of margarine, smeuïg maken met kookvocht, ontvette bouillon of ontvette jus.
Gebruik bij de bereiding van stamppot in verhouding liever meer groente en minder aardappelen dan u gewend ben. U mag (maximaal) drie groentelepels stamppot gebruiken (± 150 gram).


Nagerecht
Gebruik geen nagerecht direct na de maaltijd, de maaltijd wordt dan te groot. U kunt het nagerecht wel later op de avond gebruiken, bijvoorbeeld een schaaltje magere yoghurt, magere vruchtenyoghurt zonder toegevoegd suiker, een portie fruit of vruchtenmoes van vers fruit.
 

Fruit
Gebruik 2 porties fruit of 2 glazen ongezoet vruchtensap per dag. U kunt het fruit het beste voor gebruik goed fijn snijden.
Kies bij voorkeur vers rijp fruit. Wees echter voorzichtig met fruit met een taai velletje, zoals sinaasappel of grapefruit. Eet deze vruchten liever zonder velletjes.
Alle soorten fruit leveren energie (calorieën), omdat ze vruchtensuiker bevatten.

In plaats van een portie fruit kunt u eventueel ook een glas ongezoet vruchtensap gebruiken (bij voorkeur sinaasappel- of grapefruitsap). Vruchtensap waar geen suiker aan is toegevoegd (ongezoet vruchtensap) levert net als fruit energie (calorieën).
Wanneer fruit eten u moeite kost, kunt u moes van vers fruit nemen of een potje peuterfruit.

Dranken
Het is belangrijk tenminste 1,5 liter per dag te drinken, bij voorkeur voor de maaltijd of tussendoor.

Gebruik dagelijks 500 ml halfvolle melk, karnemelk, halfvolle chocolademelk(Choq) zonder toevoeging van suiker, magere yoghurt of vruchtenyoghurt/yoghurtdrank zonder toegevoegd suiker.
Melkproducten zijn belangrijke leveranciers van eiwit, calcium (kalk) en vitamine B2.
Wanneer dit niet lukt neem dan contact op met uw diëtist.

U kunt ook gebruik maken van:
. thee en koffie zonder suiker, desgewenst met zoetstof en halfvolle koffiemelk
. water, mineraalwater
. tomatensap, groentensap
. suikervrije limonade (Diaran of Slimpie) of light frisdrank
. drinkbouillon of ontvette bouillon

Koolzuurhoudende light frisdranken en mineraalwater worden soms slecht verdragen. U kunt de fles even open laten staan, waardoor (een deel van) het koolzuurgas verdwijnt.

Probeer eens theesoorten met een 'smaakje' zoals vruchtenthee, kruidenthee of chinese thee (earl grey, ceylon). Mineraalwater kunt u op smaak brengen met weinig vruchtensap of light frisdrank.

Pas op met energierijke dranken gezoet met suiker, sorbitol of fructose zoals frisdrank, sportdranken, alcoholhoudende dranken, milkshakes, yokidrink, dubbeldrank, limonade en chocolademelk.
Deze dranken leveren een flinke hoeveelheid calorieën.

 



EVENTUELE KLACHTEN

Moeilijke stoelgang
Wanneer u last heeft van een moeilijke stoelgang (obstipatie), is het belangrijk extra goed op te letten dat u voldoende drinkt (liefst meer dan 1,5 liter). Daarnaast is het belangrijk dat uw voeding voldoende voedingsvezels bevat. Voedingsvezels zijn onverteerbare delen in de voeding die er voor zorgen dat de ontlasting zachter wordt. Voedingsvezels zitten onder andere in bruin- en volkoren brood, zemelen, vezelrijk knäckebröd, volkoren beschuit, fruit of vruchtensap met vruchtvlees en groente.
Lichaamsbeweging is ook van belang bij een goede stoelgang.
Wanneer deze maatregelen onvoldoende helpen neem dan contact op met uw (huis)arts.

Opboeren
Indien u veel last heeft van opboeren kunt u de volgende producten beter vermijden: koolzuurhoudende dranken, koolsoorten, prei, ui, knoflook, komkommer en paprika.
U kunt hier extra opletten door rustig te eten, niet te praten tijdens het eten en geen kauwgom te kauwen.

Braken
Probeer braken te vermijden. Het zuur uit de maag veroorzaakt namelijk irritatie van de slokdarm en beschadiging van het gebit. Ook bestaat er kans op kantelen (of verschuiven) van het bandje, waardoor het deel van de maag boven het bandje enorm zou kunnen uitrekken. Soms is dan een operatie noodzakelijk om dit te verhelpen.
Niet goed kauwen, een te veel aan voedsel en/of te veel drinken tijdens de maaltijd kunnen er de oorzaak van zijn dat u gaat braken. Aanwijzingen voor een te volle maag kunnen zijn: pijnlijk gevoel achter het borstbeen, oprispingen, misselijkheid en neiging tot braken. Het is dus van belang op tijd te stoppen met eten!
Braken kan ook veelvuldig vóórkomen nadat het bandje is bijgespoten.

Hongergevoel
Wanneer u niet voldoende heeft aan de hoeveelheden die staan genoemd in het voorbeeld dagmenu, neem dan meer brood, groente en/of fruit om te voorkómen dat u gaat snoepen. Het is wel belangrijk u te realiseren dat meer eten (ook van brood en fruit en dergelijke) meestal gepaard gaat met minder gewichtsverlies. Overleg zo nodig eerst met uw diëtist.

Niet verder afvallen
Voor u met de chirurg wilt overleggen over het bij laten spuiten van het lapbandje, is het goed bij u zelf na te gaan of u niet te veel calorieën gebruikt in de vorm van frisdrank, snoep, koek, alcoholische dranken en dergelijke.
Indien het voor uzelf niet duidelijk is waarom u niet verder afvalt, neem dan contact op met uw diëtist.


Bij vragen of problemen kunt u altijd contact met de diëtist opnemen.